Zeeuws Vlaanderen

Ten zuiden van de Westerschelde ligt Zeeuwsch-Vlaanderen een stukje Nederland dat door zijn geografische ligging verbonden is met Belgisch Vlaanderen.
In deze streek liggen acht gemeenten, met ieder een eigen sfeer en historie.

Het polderlandschap met vele kilometers dijken, afgezoomd met populieren of knotwilgen, wordt onderbroken door tientallen kreken, die herinneren aan de strijd tegen de zee.
Oude kerken, gebouwen, molens en vestingwerken getuigen van een woelig, doch boeiend verleden.

AXEL

Axel kent een bewogen verleden Het vormde samen met Hulst, Assenede en Boekhoute 'de Vier Ambachten'. Prins Maurits maakte van Axel een vestingstad. De Tachtigjarige Oorlog en de Geuzen lieten weinig over van het plaatsje. Ook in de Tweede Wereldoorlog werd er in en rond Axel veel verwoest toen een Poolse legereenheid dit deel van Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen bevrijdde.Slechts enkele gevels en gebouwen laten de herinnering aan vervlogen tijden herleven.

De gemeente Axel bestaat uit de kernen Axel, Koewacht, Zuiddorpe, Overslag en enkele buurtschappen.

Axel wordt omgeven door een krekengebied met oude vestingresten, een onderdeel van een aarden fortenlinie tussen Hulst en Sas van Gent, een systeem van verdedigingswerken, dat door de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog werd aangelegd.

KOEWACHT

De grensplaats Koewacht is van oudsher het centrum van de vlascultuur.

ZUIDDORPE

Zuiddorpe bezit een fraai met lindebomen beplant dorpsplein. Het is het Zeeuws-Vlaams centrum van de aspergeteelt. De aspergeteelt is reeds oud. In de middeleeuwse kloosters van Nieuw-Namen en Zuiddorpe werd deze plant verbouwd.

HONTENISSE

Hontenisse is de enige van de zeven Zeeuws-Vlaamse gemeenten, die niet vernoemd is naar een plaats. Het is een verzamelnaam ontstaan in 1794/95, van de kernen en het is ontleend aan nis, of nisse, een natte vochtige plaats, een schor aan de rivier de Honte (Westerschelde).
De gemeente Hontenisse bestaat uit de kernen Hengstdijk, Kloosterzande, Kuitaart, Lamswaarde, Ossenisse, Terhole, Vogelwaarde, Walsoorden en nog 24 buurtschappen.
De monniken van Duinen polderden hier hele gebieden in. Hengstdijk ligt in een van de oudste polders van Zeeuwsch-Vlaanderen. Hier waren de monniken al in 1161 actief. Walsoorden was vroeger een belangrijke overslaghaven en nu is er nog steeds een schilderachtig haventje.

KLOOSTERZANDE

Kloosterzande dankt zijn naam aan het uithof 'Te Zande' Dit hof was het middelpunt van de exploitatie van abdijgronden die door de Cistercienzers van Ter Duinen op de zee werden gewonnen rond 1200. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog
( 1568 tot 1648) werd het hof vernield.

De Nederlands Hervormde kerk,
Het kerkje is de vroegere kloosterkapel die rond 1250 door de monniken van Ter Duinen gebouwd werd. In 1576 werd de kapel gedeeltelijk verwoest en in 1609 herbouwd. Het is het enige overblijfsel in Zeeland, opgetrokken door de Cisterciensers in zogenaamde baksteen gotiek. Het koor heeft statig gegroepeerde rondboogvensters. Het schip wordt bekroond met een 17de eeuws dakruitertje. In 1647 kwam het kerkje in handen van de N.H. gemeente en sedertdien is het zo gebleven.
Het Pand Collot, gebouwd in 1868 door de adellijke familie Collot d'Escury, die het rentmeesterschap vervulde van het rondom Kloosterzande gelegen voormalige kroondomein.
Het koetshuisje op het Hof te Zandeplein dateert uit 1890 en is opgetrokken uit kloostermoppen. De ijzeren luchtroosters zijn meekrapstampers. De zwart gekleurde sculpturen in de achtermuur van het plein zijn resten van de graftombe van Ridder Joost van Ghistelle, heer van Zuiddorpe die daar in 1520 overleed.
De R.K. kerk in Hengstdijk, met mooie glas in lood ramen en enkele bezienswaardige kerkschatten.
De R.K. kerk in Ossenisse met prachtig beeldhouwwerk en een zeer oud processiebeeld.
De open standaardmolen uit 1744 in Kloosterzande (Groenendijk).
De molen 'Vogelzicht' in Kuitaart, een ronde stenen bovenkruier uit 1865, grondzeiler.

HULST

Graaf Philips van den Elzas verleende Hulst in het jaar 1180 stadsrechten en handelsprivileges. Deze voorrechten waren van grote betekenis voor de ontwikkeling van Hulst. Reynaert de Vos, de hoofdfiguur uit het beroemde middeleeuwse dierenepos 'Van den Vos Reinaerde' herinnert aan deze periode. Hulst is een belangrijke havenstad geweest, maar na de Tachtigjarige Oorlog verzandde de haven en slibde de vaarweg naar de Westerschelde dicht.
De gemeente Hulst bestaat uit het historische stadje Hulst en de woonkernen Heikant, Sint-Jansteen, Kapellebrug, Clinge, Nieuw- Namen en Graauw..

Stadswallen: Deze zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog aangelegd. Erom heen ligt een prachtige stadsgracht. De vesting omvat bolwerken, contrescarpen en ravelijnen. Zij speelden herhaaldelijk een belangrijke rol bij de verdediging van de stad en de strijd tussen de Spaanse en de Staatse troepen.
Hulst bezit vier stadspoorten
De Keldermanspoort (De Dobbele Poorte) is in 1506 gebouwd, in 1596 verwoest en daarna bedolven onder de nieuwe stadswal. In 1952 is ze blootgelegd. Men kan duidelijk de dubbelfunctie van de poort zien (water- en landpoort)
De Dubbele Poort die in 1771 eerst als enkele poort werd gebouwd. Beide poorten liggen aan de noordzijde van de vesting
De Graauwse- of Bagijnepoort ligt aan de oostzijde van Hulst en is in 1704 gebouwd
De Gentse Poort staat aan de zuidzijde en stamt in zijn huidige vorm uit 1780.

Stadsmolen: Aan het met linden omzoomde 'Molenbolwerk' staat de ronde, stenen stellingmolen met bovenkruier anno 1792.
Het Landshuys: uit 1665 in de Steenstraat nr.37 was de voormalige zetel van het Hulster Ambacht (een van de vier Ambachten), tot aan de Franse tijd deed het ook dienst als gerechtsgebouw.
Een oude gevangenis in het gebouw herinnert hieraan. De windwijzer op de toren heeft de vorm van een meermin.

De refugia: De monniken van de abdijen van Baudeloo, Van Duinen en van Cambron hebben door inpolderingen veel land op het water gewonnen. Zij bewerkten de landerijen en hadden in de stad een soort 'vluchtklooster': het refugium. Achter het stadhuis op de Markt is nog het torentje te zien van het Refugium Baudeloo uit de 13de eeuw en in de Steenstraat nr. 28 treft u het Refugium van de abdij Ter Duinen aan, met een keldergewelf uit 1302. De rest van het gebouw dateert uit de 16e eeuw. Het werd als uithof gebruikt door de Cistercienzer monniken nadat de Geuzen het Hof te Zande hadden vernietigd.
In 1645 werd het in beslag genomen door prins Frederik Hendrik, vandaar ook wel de naam Prinsenhuis.

Stadhuis: Het stadhuis is opgetrokken op de grondvesten van de in 1485 door brand vernielde gotische 'Halle' of 'schepengebouw'. Honderd Gentse plunderaars hadden zich verschanst in het prachtige stadhuis. De poorters van Hulst staken daarop dit gebouw in brand, waarbij alle bezetters om het leven kwamen. De toren werd in 1547 voltooid. Deze draagt de keizerlijke dubbele gouden adelaar, die door Maximiliaan van Oostenrijk aan de stad Hulst werd geschonken in 1492, waarbij Hulst het recht verkreeg om de keizerskroon in het stadswapen te voeren. In het stadhuis treft u vele waardevolle oude kaarten, gravures en schilderijen aan. Daarbij de schilderijen van twee grote 17e eeuwse Nederlands-Vlaamse meesters: 'Gezicht op Hulst' van Cornelis de Vos en de 'Allegorie der Gerechtigheid' van Jacob Jordaens.

SAS VAN GENT

De geschiedenis van Sas van Gent is nauw verbonden met die van de Belgische stad Gent. Sas van Gent was uit militair oogpunt een belangrijke vesting.Van de oude vestingwerken is helaas erg weinig overgebleven. Wat er rest is op werkelijk prachtige wijze gerestaureerd

Gent zocht in de zestiende eeuw een betere uitweg naar zee. Dat werd gevonden door het graven van een kanaal naar de Papeguele die in verbinding stond met de Braakman. In de Graafjansdijk, die toen als waterkerende dijk fungeerde, werd een sluis ( een sas) gebouwd. Deze kostbare sluis moest worden beschermd en zo ontstond een kleine hoofdzakelijk uit militairen bestaande nederzetting die 'het Sas van Gent' werd genoemd. Sas van Gent werd in 1644 veroverd op de Spanjaarden en daarna omgevormd en vooral uitgebreid tot een belangrijke militaire vesting. Deze vesting was voorzien van zeven bolwerken en sommige hadden een groot ondergronds gangenstelsel. Alleen het bolwerk Generaliteit is hier nog van over. Door het graven van een nieuw kanaal begin negentiende eeuw, ter vervanging van het oude, is veel van de vestingwerken verloren gegaan.
De gemeente Sas van Gent bestaat uit de kernen: Sas van Gent, Westdorpe, Zandstraat en Philippine
De Molenberg, het voormalige bolwerk Generaliteit wordt door de inwoners van Sas van Gent De Molenberg' genoemd. Op dit bolwerk staat een achtkantige molenromp, de restanten van een in 1830 gebouwde stenen molen. Onder het bolwerk bevinden zich gemetselde gangen die gebruikt werden voor de opslag en de aanvoer van munitie.
De getij-water-korenmolen: deze werd in 1696 gebouwd in de vestingwal. Er werd gebruik gemaakt van opgestuwd vloedwater om in tijden van oorlog graan te malen. De windmolens waren dan te kwetsbaar. De waterkorenmolen was afgedekt met grond en gold als 'bomvrij'. Van het complex bestaat nog een behoorlijk gedeelte: de gemetselde overkluizingen zijn volledig aanwezig en ook is er nog een compleet privaat.
De Schepentrekker: dit beeld is het symbool van het oudste beroep van Sas van Gent, toen de nederzetting vooral diende als 'sluis' van Gent.

WESTDORPE

De agrarische woonkern Westdorpe is na het Groningse Stadskanaal het langste dorp van Nederland. Het ligt langs de Graaf Jansdijk en is een bekend voorbeeld van een dijkdorp en lintbebouwing.

PHILIPPINE

Het plaatsje ontstond in de nieuwe polder, Stad Philippine. Het dorp kende veel krijgsrumoer en overstromingen en ontwikkelde zich tot een vissersplaats. De mossel is er niet meer weg te denken en ook de fruitteelt is er belangrijk.
Het plaatsje heeft een beroemde peetoom: Philips de Schone.

TERNEUZEN

Terneuzen, de derde haven van Nederland en grootste gemeente in Zeeuwsch-Vlaanderen.
Door zijn strategische ligging aan het begin van het 34 km lange kanaal van Gent naar Terneuzen en aan het diepe vaarwater van de Westerschelde is Terneuzen is de toegangspoort voor de scheepvaart naar Gent.

Terneuzen is ontstaan op een landtong die als vorm veel leek op een neus. Ternose is ingedijkt in 1350. Akkerbouw, veehouderij, zoutwinning en visserij waren in het verleden de belangrijkste middelen van bestaan. Terneuzen bestaat o.a. uit de kleine gehuchten Reuzenhoek, Griete, Val, Othene, De Knol en Boerengat.

BIERVLIET

Op kaarten in het rijksarchief komt Biervliet reeds voor in het jaar 698. Biervliet verkreeg stadsrechten in 1183 en is daardoor een van de oudste stadjes in het vroegere Graafschap Vlaanderen.
Het wapen van Biervliet is afkomstig van Graaf Boudewijn VIII ter herinnering aan de 4e kruistocht en de inneming van Konstantinopel in 1204. Waarbij die van Biervliet als eersten de banier van Vlaanderen op de belegerde stadsmuren hebben geplaatst.
Biervliet is vooral bekend door Willem Beukelszoon. Hij vond waarschijnlijk tegen het einde van de veertiende eeuw het haringkaken uit. Behalve zijn standbeeld op het marktplein prijkt zijn afbeelding op een van de glasramen in de Visserskerk.
Door zijn gunstige ligging aan de Braakman was Biervliet in de Middeleeuwen een bloeiende handelsstad en stond bekend als zoutleverancier van Londen. Het is dus niet verwonderlijk dat er in Biervliet prachtige monumentale pandjes en kerkjes zijn te bewonderen. De nog altijd hoge ligging, de vijf bolwerken en de hellende straten herinneren aan de tijd dat Biervliet een versterkte vesting was. Aan het einde van de Tachtigjarige Oorlog werden de vele vestingswerken geslecht, maar het stratenpatroon werd bewaard.

HOEK

Het beeld van Hoek wordt gekenmerkt door de fraai gerestaureerde stellingmolen 'Windlust' en het silhouet van de kerktoren. Ten zuiden van het plaatsje zijn nog restanten te vinden van de versterkingen uit de Tachtigjarige Oorlog: het buurtschap 'Mauritsfort'.

SLUISKIL

Sluiskil is gelegen aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Het is een industrieplaatsje in het midden van de streek.

ZAAMSLAG

"Saemslach" was al vroeg in onze geschiedenis bekend. Het voormalige dorp is door overstromingen en moedwillige innundaties in de 15e en 16e eeuw te gronde gegaan en pas na herdijking van de Zaamslagpolder in 1650 kon vanaf 1651 het huidige dorp gesticht worden. De Boerderij, 'De Torenberg' aan de zuidoostzijde van het dorp is gebouwd op de kunstmatig opgeworpen kasteelberg waarop lange tijd het kasteel van Zaamslag stond. Later tot 1697 stond er enkel nog de toren die als baken voor de schippers diende.


Naar boven


Copyright ATEM - Last Update 22 februari 2015